Tokyo - Christiaan Breen
Christiaan Breen, senior tax manager, woont samen met zijn vrouw en zoon voor anderhalf jaar in Tokio. Heel hard werken in een wereldstad. "Tot mijn achttiende heb ik in Japan gewoond en het was altijd een wens om terug te gaan. Die leek uit te komen toen het land aan de bel trok: ze wilden graag voor anderhalf jaar een Nederlander in Tokio. Het was nog even spannend omdat mijn vrouw in die tijd zwanger was en ik dacht: ‘die wil nu echt niet weg’. Niets bleek minder waar en nu wonen we alweer ruim een half jaar met z’n drieën in deze wereldstad. Het is een cliché, maar waar: Japanners werken ontiegelijk hard. Ik zit zelf meestal tot een uur of acht op kantoor en sluip dan gewoonlijk met groot schuldgevoel de deur uit. Maar hoe laat het ook wordt, ik ga nooit als laatste naar huis. Niet verwonderlijk als je weet dat sommige collega’s pas om half twee ‘s nachts afzwaaien. Of zelfs helemaal niet naar huis gaan. Dan liggen ze ‘s ochtends op hun bureau bij te slapen. De werkdruk is hoog, maar die lange dagen zitten ook in de cultuur. Ik heb ook het idee dat Japanse werkprocessen minder efficiënt zijn. Ze hebben vaak meer stappen en controles nodig dan wij om tot hetzelfde resultaat te komen. Er blijkt hier genoeg werk voor me te zijn. Nederland is vooralsnog een van de weinige landen met een fiscaal stelsel dat goed aansluit op de Japanse belastingwetgeving (de nieuwste plannen van staatssecretaris De Jager passen daar helaas niet zo goed bij). Veel Japanse bedrijven hebben daarom gekozen voor een Nederlandse schakel of vestigingsplaats voor hun buitenlandse activiteiten. Het scheelt veel tijd en energie dat ik relevante kennis kan delen met mijn collega’s. Verder word ik veel ingezet voor Engelstalige projecten, ongeacht waar de klant vandaan komt. Erg mooi om eens puur internationaal bezig te zijn en zo leer ik ook erg veel van de Japanse wetgeving. Gelukkig houd ik nog wel vrije tijd over. We hebben de laatste maanden veel bezoekers gehad en dan maak je vanzelf elk weekend wel mooie tripjes. Al kunnen we ons in Tokio ook goed vermaken. Het is een metropool à la New York en Parijs. Eén van onze favoriete plekken is de ‘Lost in Translation’-bar op de vijftigste verdieping van hotel Shinjuku Hyatt. Hier is een scène van de gelijknamige fi lm opgenomen. Minder chique maar ook vreselijk lekker is een yakitori (Japanse sateh) tent om de hoek bij ons thuis waar je met z’n achten aan een barretje met ingebouwd houtskoolvuur kan zitten en werkelijk alle onderdelen van een kip kan bestellen, ook de stukjes die we in Nederland doorgaans niet als eetbaar beschouwen (iemand nog een stokje spiermaagjes?). Van de economische crisis merk je hier op straat niet zoveel. De kroegen en de winkelstraten zijn vol en de trendy meisjes staan graag een uur of wat in de rij om de H&M in te mogen. De arbeidswetgeving in Japan is vrij stroperig: mensen verliezen niet zo snel hun baan als ze een vaste aanstelling hebben. De fabrieksarbeiders met tijdelijke contracten (vooral in de auto-industrie) staan wel al massaal op straat. De eerste tekenen van herstel worden hier gelukkig al breeduit aangekondigd: hopen dat die trend zich doorzet!"
|















































































